|
Dorothé Wieseman-Nagy
|
|
Donderdag 4 juni 2009 - Een grote grijns verschijnt op zijn getaande gezicht. Zijn bruine tanden zijn zichtbaar. Mijn Hongaarse oom Imre - God hebbe zijn ziel - staat in de bijkeuken. Het is nog heel vroeg in de ochtend. Met een mes doorklieft hij een enorme lap witte spek, die hij tegen zijn borst aandrukt. Hij gebaart of ik ook wil. Ik probeer niet vies te kijken, maar of dat lukt. ‘Nem, köszönöm', mompel ik. Hij lacht. Hij lacht me uit.
|
|
Lees meer...
|
|
Dorothé Wieseman-Nagy
|
|
Zondag 19 april 2009 - György Konrád. Krisztina de Châtel. Ferenc Puskas. Sándor Marai. Judith Polgar. Miklós Lakatos. Imre Kertész. Ernö Rubik. Balázs Dzsudzsák. Franz Liszt. Nicolas Sarkozy. Dzsingisz Gábor. Péter Nádas. Béla Tarr. Zsa Zsa Gábor. Lájos Kalános. Estée Lauder. Tony Curtis. Eva Besnyö. Victor Vasarely. Tamás Darnyi. Sylvia Tóth. Béla Bartók. Gábor Bábos. Agota Kristof. Márta Mészáros. Zoveel beroemde Hongaren...wat een bijzonder volk.
|
|
Lees meer...
|
|
Dorothé Wieseman-Nagy
|
Dinsdag 27 januari 2009 - Je trekt sportkleding aan en strikt de veters van je hardloopschoenen. Na een korte warming-up vertrek je. Na amper twee minuten rennen, zit je al stuk en denk je: Ik draai om! Na tien minuten doorploeteren volgt de tweede inzinking: Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen? Na weer twintig minuten - hijgend en meer strompelend dan rennend - vervloek je iedereen die jou heeft overgehaald en vooral jezelf. Pas na afloop onder de douche, overvalt de euforie je: Dat ging toch wel heel lekker! Hongaars leren vergaat mij net zo: Enthousiast beginnen, struikelen over alle moeilijkheden, meerdere malen willen kappen, toch doorgaan om nu de taal - na twee jaar les - eindelijk een beetje te gaan begrijpen. En raad eens: Het gaat toch wel heel lekker!
|
|
Lees meer...
|
|
Dorothé Wieseman-Nagy
|
|
Vrijdag 9 januari 2009 - De oude vrouw richt zich op. Hoort ze iets? Hij kan elk moment thuiskomen. Ze is moe, zo moe. Maar ze heeft soep gemaakt en de tafel gedekt. Een bord voor haar zelf en een bord voor haar zoon. Twee lepels. Ze scharrelt wat rond in de kamer die haar huis is. Door de kromgegroeide rug kan ze niet meer rechtop staan. Een zwart-vale jurk. Om haar hoofd een oude maar nog niet versleten hoofddoek, daarin haar gezicht als een ovaal van groeven en rimpels met twee droevige, groene ogen.
|
|
Lees meer...
|
|
Dorothé Wieseman-Nagy
|
|
Vrijdag 28 november 2008 - Het huis. Oud, twee onder één kap, verbouwd en ooit in een dolle bui groen geschilderd. De oprit is over een lengte van tien meter langs de gehele woning fors verbreed, zodat de oprijwagen van mijn vader erdoor kan naar ‘achter’. ‘Achter’ is de tuin, waar de sloopauto’s staan en waar een vreemd silhouet oprijst dat nog het meest wegheeft van twee reuzenbroden strak tegen elkaar aangeplakt. Blauwe broden. Het zijn twee afgeschreven trolleybussen, die mijn vader van de gemeente Arnhem kreeg. Hij laste ze aan elkaar en daar was onze garage!
|
|
Lees meer...
|
|
Dorothé Wieseman-Nagy
|
|
Zaterdag 12 april 2008 - In 1976 reisden mijn Nederlandse vriendin Ingeborg en ik per trein naar Hongarije om Boedapest te zien en mijn familie op het platteland te bezoeken. We waren 17. Boedapest was na Amsterdam en Wenen de derde Europese hoofdstad die ik zag en ik was lyrisch. Ik herinner me de allereerste taxirit, waarbij ik uit het raampje hing en alleen maar oh’s en ah’s slaakte. Ingeborg zuchtte eens diep, zij had al meer hoofdsteden gezien, ‘en zó mooi was het nou ook weer niet allemaal. Beetje overdreven…’
|
|
Lees meer...
|
|
Dorothé Wieseman-Nagy
|
|
Zaterdag 15 maart 2008 - Ik moest een kip kiezen. ‘Kies een kip!’ Zo begreep ik Kati-néni. Ik stond die zomer voor het eerst op het erf van mijn oom en tante in het dorp Sérfenyösziget. Ik was pas twaalf jaar oud, maar ik had al het bange vermoeden dat het slecht zou aflopen met die kip. Bevreesd wees ik een zwarte aan en ja hoor, even later rende die mooie zwarte hen nog minstens een minuut zonder kop rond tussen ons en haar nog wél hevig kakelende soortgenoten. Mijn tante lachte breeduit om mijn verschrikte gezicht.
|
|
Lees meer...
|
|
Dorothé Wieseman-Nagy
|
|
Donderdag 10 januari 2008 - IDENTITEIT. In de Dikke van Dale staat: identiteit = eenheid van wezen, volkomen overeenstemming, persoonsgelijkheid.
Je schijnt er vooral naar op zoek te zijn in je puberteit. Sommigen komen er snel achter wie ze zijn, anderen blijven zoeken en er zijn natuurlijk mensen die nooit op pad gaan. Ik zoek opnieuw. Misschien omdat ik er nu de gelegenheid voor heb of omdat ik geïnteresseerd ben in de geschiedenis van mensen. Omdat in dit multicultureel tijdsgewricht identiteit zo’n groot issue is of omdat ik - als zo velen- van gemengd bloed ben, in mijn geval half Nederlands en half Hongaars.
|
|
Lees meer...
|
|
Dorothé Wieseman-Nagy
|
|
Maandag 17 december 2007 - Als ik mij vroeger voorstelde - en dan spreek ik over de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw - volgde steevast de volgende vraag: ’Nagy, Nagy…ben je soms familie van Imre Nagy, de premier van 1956, of de voetballer Nagy bij FC Twente?’ Dat ben ik niet, van geen van beiden, tenminste niet dat ik weet. Ik legde altijd braaf uit dat de naam Nagy een soort Jansen is in Hongarije. Als ik zin had, vertaalde ik mijn naam. Nagy betekent groot en het woord komt veelvuldig voor in het Hongaars, zoals in grootvader en -moeder: nagyapa és nagyanya.
|
|
Lees meer...
|
|
|
|
|